Groeipijn

Bron : "Gezond groeien" door dr.R.C.Nap en prof. H.A.W.Hazewinkel (Universiteit Utrecht) o.a. "Bochure "Groeipijn" door Orthopedisch chirurg R. Maarschalkerweerd (Diergeneeskundig Orthopedisch Centrum Amsterdam)

Een andere benaming voor groeipijn is enostosisBij "groeipijn" is er sprake van een bot-stofwisselingsstoornis, die vooral wordt gezien bij jonge honden van snelgroeiende rassen.  Om de oorzaak van de aandoening te begrijpen maken we een duik in de anatomie en opbouw van een bot.

                       

Een bot bestaat uit de mergholte (medulla) en een stevige buitenkant (cortex), dat is omgeven door het beenvlies (periost).  Het bot groeit op 2 manieren : in de lengte via de groeischijven en in de dikte onder het beenvlies.  Het bot wordt gevoed via bloedvaten, die omringd zijn door voedingskanalen.  Er zijn 2 typen bloedvaten : een aanvoerend vat (arterie) met een dikkere wand, waarin de druk hoog is, en een afvoerend vat (vene) met een lage bloeddruk.  Bij een groeiende hond wordt het bot langer en neemt in doorsnee toe.  Vanzelfsprekend neemt door de groei de voedingsbehoefte toe en worden de aanvoerende en afvoerende bloedvaten groter, die daarvoor dan ook binnen een voedingskanaal de nodige ruimte moeten krijgen.  Dit betekent dat een voedingskanaal door het lichaam moet worden vergroot en hiervoor bot moet worden afgebroken.  En daar kan het bij de hond met enostosis helemaal mis gaan !!  In feite overheerst de groei en vergeet het lichaam het betreffende bot af te breken, waardoor het voedingskanaal te nauw is voor de groter geworden bloedvaten. Het afvoerende vat (blauw op fig.2) komt in de verdrukking, zodat er gemakkelijker bloed het bot in stroomt dan eruit.  Het gevolg hiervan is dat het opgehoopte bloed een vluchtroute gaat zoeken naar het beenvlies, dat hierdoor als het ware van het bot wordt afgedrukt.  Het beenvlies, dat veel gevoelige zenuwen bezit, zal bijzonder pijnlijk worden, vooral in de buurt van een spieraanhechting en deze pijn wordt enostosis genoemd.   

De gemiddelde hond met groeipijn loopt kreupel, vaak wisselend per ledemaat, waarbij de pijn de ene keer heftiger is dan de andere.  In ernstige gevallen wil de hond helemaal niet lopen, heeft koorts en laat zijn eten staan.

De dierenarts zal dikwijls al meteen op het spoor van groeipijn zitten door pijn bij het overstrekken en overbuigen van een gewricht en drukgevoeligheid van de lange pijpbeenderen.  De verdenking op groeipijn zal moeten bevestigd worden door röntgenfoto's, waarop verdichtingen van het merg en verdikkingen van de schors van het bot worden gezien.   Tevens is een röntgenonderzoek noodzakelijk om andere mogelijke oorzaken uit te sluiten ! 

         

Behandeling :
Niet iedere dierenarts zal graag tijdens de groei van de jonge hond ontstekingsremmers willen voorschrijven.  Natuurlijk hangt het af van de ernst van de klachten, maar het is zeker aan te bevelen om te denken aan een homeopatische behandeling, waarmee goede resultaten kunnen worden geboekt.  In veel gevallen zal het nodig zijn om een aangepast dieet en bewegingsschema in te stellen, uiteraard allemaal in overleg met de dierenarts.

Toch is het altijd beter om te voorkomen dan te genezen !!!  Zoals eerder vermeld moet bot worden afgebroken om vrije baan te maken voor de bloedvaten en dat kan alleen bij een juiste verhouding Calcium in de voeding.  Op teveel Calcium in het voer reageert het hormoon 'calcitonine', dat een remmende invloed heeft op zowel de vorming als de activiteit van beenweefselcellen (= osteoclasten).  Deze zijn juist broodnodig om kraakbeen (van gewrichten en groeischijven) af te breken en om te vormen tot een goed model van het bot.  Dit alles om een idee te geven welke kettingreactie ontstaat als er teveel calcium in het hondenlichaam wordt opgenomen. 
Uit onderzoek op de Faculteit voor Diergeneeskunde in Utrecht blijkt, dat bij een kwalitatief hoogwaardig voer (d.w.z. met weinig plantaardige producten) een Calcium-gehalte van 0,8 - 1 % per kg droge stof een juiste verhouding op energiebasis is.  Vooral honden van grote rassen zitten vanaf 3 weken (in de beginperiode van het spenen) tot ongeveer 6 maanden in de kwetsbare groep m.b.t. een te hoge Calcium-opname.  In het nest is het dus al oppassen geblazen, want zowel een voer dat een grote hoeveelheid Calcium bevat als een te grote portie voer met een normaal Calcium-gehalte kan het begin zijn van veel ellende !!  Niet alleen met het oog op groeipijnen, maar ook m.b.t. andere botafwijkingen.
De gevoeligheid voor overvoorziening met Calcium wordt in de hand gewerkt doordat groeiende pups de Calcium-opname vanuit het maag-darmkanaal in het bloed nog niet voldoende kunnen regelen.  Als het speenvoer of de geweekte puppybrokjes te rijk zijn aan Calcium kan al vroeg de kalkstofwisseling worden verstoord.  Als de moederhond dan ook nog eens extra kalk in haar voeding krijgt, werkt de pup dit ook vrolijk mee naar binnen.  Slechts enkele fabrikanten van hondenvoer hebben op dit probleem ingespeeld en een voer ontwikkeld, waarin op energie-basis het Calcium-gehalte is verlaagd.  Tegelijk werd ook het energiegehalte van het voer naar beneden gebracht om overgewicht met vetzucht te voorkomen.  Het is daarom ook niet voor niets dat specialisten erop hameren dat juist in de kritieke fasen - zoals opgroei, dracht, lactatie - de hond uitgebalanceerde voeding van gerenommeerde merken moet krijgen.

Groeipijn is een aandoening die toch wel de nodige aandacht van het baasje verdiend.  Het fabeltje dat het vanzelf over gaat mag men wel vergeten.  Op een gegeven moment zal de hond inderdaad niet meer mank lopen, maar dan ben je wel 2 jaar verder en zal de schade - geestelijk en lichamelijk - die de hond daardoor heeft opgelopen zijn sporen hebben nagelaten.